Het kweken van fruitbomen is een prachtig proces, zeker in een (sub) tropisch land als Burundi waar alles de grond wel lijkt uit te spatten. Het opzetten van nieuwe kwekerijen verloopt volgens een vast stappenplan:

Het kopen of huren van een geschikt stuk land: jonge aanplant heeft veel water nodig, en waterleiding is er niet in het binnenland van Burundi. Daarom is een riviertje in de buurt onmisbaar. Als dat wat verder weg ligt, graven we een  kanaal om de planten van voldoende water te voorzien.

Het inhuren van deskundig personeel: met een goede landbouwkundige, met kennis van zaken, staat of valt het project. De landbouwkundige stuurt een team van lokale medewerkers aan, die verantwoordelijk zijn voor het zaaien, onkruid wieden, bemesting, watergeven en algemeen onderhoud.

Om de jonge aanplant te beschermen tegen de felle zon, zware regenval en wind, laten we een kwekerij (pepinière in het Frans) bouwen. Dat is een klein omheind terrein met een overkapping van palmbladeren.

De voorbereiding: de jonge aanplant staat niet direct in de grond, maar in plastic zakjes gevuld met aarde, zodat de bevolking de plantjes direct kan meenemen. Onder het afdak worden plastic zakjes gevuld met vruchtbare aarde en netjes in een rij geplaatst. In deze zakjes worden de zaden - die zijn gewonnen uit eerder verzamelde vruchten - gezaaid.

In Burundi is het kweken van fruitbomen, en zeker op grote schaal, nog tamelijk nieuw. Daarom is het soms ook moeilijk om aan goed zaad te komen, zeker in de hoeveelheden die Thuja nodig heeft. Vaak moet er eerst fruit verzameld worden, om daaruit zaad te winnen.

Na het zaaien worden de bomen verzorgd tot ze groot genoeg zijn om te worden gedistribueerd. Dat duurt enkele maanden tot maximaal een jaar. De medewerkers van de kwekerij hebben een dagtaak aan het watergeven, bemesten, bestrijden van ongedierte, onkruid wieden en het uitplaatsen van bomen als ze groter worden. Een deel van de soorten wordt geënt. De onderstam is doorgaans een stevige plant, goed aangepast aan de lokale omstandigheden, maar met een lage opbrengst. Door daar een andere soort op te enten, met een hogere opbrengst, of een betere smaak, ontstaat een robuuste combinatie.

Hierna blijven de bomen veilig in de ‘pépinière’ staan totdat ze groot genoeg zijn om te worden gedistribueerd. In de laatste maanden worden de bomen 's nachts zorgvuldig bewaakt, want bomen zijn kostbaar en gewild.